Succes met je grote auto

Wat je (niet) moet rijden om vooruit te komen. Blog bij het nieuwe boek van Erwin Wijman (verscheen in oktober 2013 bij Uitgeverij Haystack).

Bentley is in, als auto en als voornaam

Schrijf je een stukje over honderden Nederlanders die hun zoontje Bentley noemen, sinds twee, drie jaar (in Onze Taal), krijg je dit: recordverkopen van Bentley wereldwijd. De Volkskrant wijdt er een opening aan, en het FD ook een kloek stuk

Op Facebook komt Eva Forbes-Wijman met een belangrijke aanvulling: Bentley is ook de naam van het zoontje van Maci Bookout, ster uit het MTV-programma “16 and Pregnant”. In de VS is Bentley in 2012 dankzij Maci een van de snelste stijgers op het voornamenlijstje dat de Social Security Administration bijhoudt.

Waarschijnlijk kijken er ook veel Nederlanders naar het MTV-programma. Ik zeg niet dat deze Bentley een gevalletje in-script-sponsoring is, maar het opent wel mogelijkheden voor nooddruftige automerken.

Komt Romeo buiten spelen?

En sinds BN’er Emile Ratelband zijn zoontje Rolls en zijn dochter (in 2007) Royce noemde, gaat het ook opvallend goed met Rolls-Royce.

Een auto wordt emotioneel aangeschaft en rationeel verdedigd

Nu eentje voor al die mensen die altijd precies weten te vertellen waarom ze de auto gekocht hebben die ze gekocht hebben. Alsof iemand dat ooit weet.
‘Kijk jongen. Je vader heeft een nieuwe Volkswagen-bus gekocht.’
Jongetje: ‘Waarom?’
‘Nou er kan heel veel in, zie je wel.’
‘Waarom?’
‘Nou, omdat de vloer vlak is.’
‘Waarom?’
‘Dat komt omdat de motor voorin zit.’
‘Waarom?’
‘Nou, het is een nieuwe motor. Die is sterk en héél zuinig.’
‘Waarom?’
‘Omdat papa aan zijn portemonnee denkt.’
‘Ja. Waarom?’
‘Om-dat je va-der zijn ver-stánd ge-bruikt.’
‘Waarom?’
‘(Zucht) Nou, daarom. Dáárom rijd je vader Volkswagen’.
In het laatste beeld van dit reclamefilmpje verschijnt onder het Volkswagen-logo de pay-off: ‘Daarom.’
Daarom is een reden. ‘Daarom’ is het enige juiste antwoord, treffend in beeld gebracht in misschien wel de slimste autocommercial aller tijden: voor de Volkswagen Transporter uit 1992, waarin een driejarig jongetje zijn vader (zanger/acteur Bob Fosko, het jongetje wordt gespeeld door Abel de Vriend) de oren van zijn kop zeurt over waarom hij een Volkswagen Transporter heeft gekocht.

Een auto wordt emotioneel aangeschaft en rationeel verdedigd

Nu eentje voor al die mensen die altijd precies weten te vertellen waarom ze de auto gekocht hebben die ze gekocht hebben. Alsof iemand dat ooit weet.

‘Kijk jongen. Je vader heeft een nieuwe Volkswagen-bus gekocht.’

Jongetje: ‘Waarom?’

‘Nou er kan heel veel in, zie je wel.’

‘Waarom?’

‘Nou, omdat de vloer vlak is.’

‘Waarom?’

‘Dat komt omdat de motor voorin zit.’

‘Waarom?’

‘Nou, het is een nieuwe motor. Die is sterk en héél zuinig.’

‘Waarom?’

‘Omdat papa aan zijn portemonnee denkt.’

‘Ja. Waarom?’

‘Om-dat je va-der zijn ver-stánd ge-bruikt.’

‘Waarom?’

‘(Zucht) Nou, daarom. Dáárom rijd je vader Volkswagen’.

In het laatste beeld van dit reclamefilmpje verschijnt onder het Volkswagen-logo de pay-off: ‘Daarom.’

Daarom is een reden. ‘Daarom’ is het enige juiste antwoord, treffend in beeld gebracht in misschien wel de slimste autocommercial aller tijden: voor de Volkswagen Transporter uit 1992, waarin een driejarig jongetje zijn vader (zanger/acteur Bob Fosko, het jongetje wordt gespeeld door Abel de Vriend) de oren van zijn kop zeurt over waarom hij een Volkswagen Transporter heeft gekocht.

Arme Belgen in hun armoedige BMW 5 

De Belgische regering gaat bezuinigen en een van de maatregelen is een aanzienlijke downgrading in de auto’s van de zaak: de Audi A8 wordt vervangen door een BMW 5-serie.

In Nederlandse regeringskringen is die BMW 5-serie al een tijdje de normauto, maar desondanks doen er in Den Haag heel wat veel te grote Audi A8’en dienst.

Sterker, de helft van de ministers in Rutte II rijdt veel te duur. En dat allemaal dankzij een doktersbriefje.

Premier Mark Rutte heeft zo’n BMW 5-serie, en als reserveauto een Audi A6. Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken heeft ook een Audi A6. Lodewijk Asscher (Sociale Zaken), Stef Blok (Wonen en Rijksdienst), Jet Bussemaker (Onderwijs), Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie), Edith Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) en haar staatssecretaris Martin van Rijn hebben allen ook een A6. Keurig op de norm.

Maar Lilianne Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) rijdt een Audi A8. Net als Jeanine Hennis-Plasschaert (Defensie), Jeroen Dijsselbloem en zijn staats Frans Weekers (Financiën). Melanie Schultz-Van Haegen en haar staatsecretaris Wilma van Mansveld (Infrastructuur en Milieu) – ja hoor, allebei een peperdure A8. Henk Kamp van EZ, en zijn staatssecretaris Sharon Dijksma hebben beiden een veel te prijzige BMW 7-serie.

Een A8 in Haagse uitvoering is 50.000 euro duurder dan een A6, schrijft weekblad Elsevier, dat het in juni uitzocht.

Die oneigenlijke kabinetsbrede upgrading is niet van het laatste jaar. In april 2009 concludeerde Elsevier al dat zeker vijf ministers uit het kabinet-Balkenende IV gebruikmaakten van uitzonderingsregels om zich in een ruimere, twee keer zo dure dienstauto te laten chaufferen.

Minister Camiel Eurlings van Verkeer was een van de eersten die ontdekte dat er meer mogelijk was dan een Audi A6. Hij vond een A6 (van rond 50 mille) te krap en regelde een doktersbriefje voor een A8, een L nog wel (verlengde versie). De veel kleinere Maria van der Hoeven (Economische Zaken) kreeg ook lichamelijke klachten in haar A6 en ook zij mocht overstappen naar een Audi A8 (rond de 90.000 euro).

Minister Guusje ter Horst van Binnenlandse Zaken, die over het Voorzieningenbesluit ministers en staatssecretarissen en dus over de limo’s ging, verruilde ook zelf haar Audi A6 voor een A8. ‘Ze had eerst een A6. Maar ze zat beroerd. Er ontstonden rug-, spier- en gewrichtsklachten,’ verklaarde haar woordvoerder tegen Elsevier.

Beroerd zitten in een A6. Tjee. Zou Guusje wel eens in een Volkswagen Golf hebben gezeten? Vroeger nooit een Renault 4 of een Peugeootje gehad?

‘Het wordt een rage,’ tekende Elsevier in 2009 op uit de mond van medewerkers van de bewindslieden. ‘Ze willen per se van de A6 naar een A8.’

Arts of arbodienst honoreert klachten kennelijk heel makkelijk en dan is een briefje met toestemming voor een A8 in plaats van A6 snel geregeld.

Als dat maar goed gaat met die tere nekjes en zwakke ruggetjes van Belgische parlementsleden in hun armoedige BMW 5-serie straks. 

Nou ja, anders is er vast een dokter in zaal.

Een grote auto leidt onmiskenbaar tot succes maar ook tot, laten we zeggen, een anders-tolerante houding jegens mede-automobilisten. Zeker als zij een ander merkgeloof zijn toegedaan.

Het is stoer. Haantjesgedrag gemengd met nostalgie en humor, mannen stoten elkaar aan bij het stalletje op Portobello Road Market in Notting Hill, Londen. Geroest gemaakte bordjes.

Ik zie alleen BMW, Audi, Land Rover, Jaguar. Nu weet je wat je moet rijden als je stoer wilt.

Er is ook een bordje met Subaru. In Engeland een stoere auto, in Nederland alleen voor wie de Impreza met gouden wielen kent (en de Forester, die oude dan hè, dat moet je er altijd bij zeggen).

Hm. Ik mis Fiat. Niet agressief genoeg voor een bordje. Fiat-rijders zijn watjes.

Lybridos onder de Italianen oftewel het Ultieme Cool: Alfa Romeo Montreal

Nooit iemand zo vol vuur en met zoveel verve een auto aan de vergetelheid zien ontrukken als Sven Budding in deze film. ‘Het ultieme Cool uit de eindjaren ‘60’, zegt hij te zoeken. ‘Het hoogtepunt van coolness aan de vooravond van de seventies’ en dat is… een auto.

Een Alfa.

'Uit de tijd dat we opschoven van Mies Bouwman naar Sylvia Kristel, en van Willeke Alberti naar Foxy Brown.’

Al jarenlang denkt Sven dat er in die zoektocht maar één auto is waar je dan bij uitkomt… en dat is de Alfa Romeo Montreal.

Montreal heet ie omdat hij debuteerde op een autoshow in de gelijknamige stad in Canada (schitterende naam, ook dankzij het strikrijm al-al). Als de 4C voor het eerst te zien was geweest in Amsterdam… precies, ook dat had mooie binnenrijmen opgeleverd.

Sven ziet de ARM voor het eerst in het echt vlakbij Amsterdam, op Zandvoort.

De typische vergeten-B-film-Alfa (gespierd, Ray-Ban-achtig, Amerikaans, Charlie’s Angels-vrouwelijk, zeg maar de Lybrido of Lybridos onder de Italianen) is ontworpen door dezelfde ontwerper als de Lamborghini Miura en Countach, de Lancia Stratos, De Tamaso Pantera, Ferrari Dino 308 GT4, Maserati Quatroporte… you name them. Marcello Gandini van Bertone in Turijn.

Met de Montreal tekende Gandini Lee Majors op wielen. Of Farrah Fawcett. 

It’s the Porsche, stupid!
Mooie six word story, dit billboard van Porsche.
Het is waar. 
Een Porsche kopen spekt de staatskas maar ook je eigen kas, op ietsje langere termijn.
Patsen en poenen gaat heel goed met een Porsche. En patsen en poenen met en over auto’s, het helpt. Je maakt er indruk mee op anderen. Je wordt zelf blij van zo’n auto. Niet alleen als je erin rijdt, maar ook als ie gewoon alleen maar voor de deur staat. Of als je hem terugziet op de parkeerplaats.
Porsche-dealer Mark Wegh van Porsche Centrum Gelderland bedacht eind 2008 - midden in de banken verslindende kredietcrisis – met deze slogan de meest ongeëvenaarde reclamepochzin ooit.
‘Stop de recessie! Koop een Porsche’ is psychologische oorlogvoering. Jongetjesbravoure. Ramboretoriek. Borstklopperij. Haantjesgedrag.
Natuurlijk. Kijk naar een Porsche 911 en je ziet dat ie meer Jay-Z of Balotelli is dan Ali B of Danny de Munk. Meer Epke Zonderland dan Ton Elias. Meer Lazamani dan Schoenenreus. Meer sport-auto dan midlifechrysler.
Maar het helpt wel. Stel je zelf eens voor tussen een moedeloze rij 20%-bijtellingmiddenklassertjes op een mistgrijze A4. Je voelt je superieur als een tweedeklasser boven een brugsmurfje.
Je hoort veel mannen op kantoor veel deftiger en stoerder dan thuis praten met pochmetaforen als ‘dingen op de rit zetten’ en ‘marsroutes’. 
Of ze zeggen dingen als: ‘Op het slagveld’, ‘in de arena’, ‘met die vent kan ik ballen’. Haha ja lach maar, maar die beeldspraak is functioneel omdat ie die naar stoere mannendomeinen verwijst. Dat betoogt Carien Overdijk in haar boek Waartoe is deze tent op aarde? Een taalkit voor kantoorprofessionals (2008). Mannen verplaatsen de actie graag naar buiten, naar plekken waar nog fysiek gevaar, opwinding en genot bestaan, analyseert zij.
Buiten. Bij de auto’s. Die maximaal 120, nou, oké, soms 130 mogen maar eigenlijk altijd, die hele A2 naar Utrecht lang, 100 km…. op elke 100 meter asfalt rijden wel zestig auto’s. Ze vormen een treintje of beter gezegd een soort kleutervriendelijk kikkerachtbaantje. Allesbehalve de gedroomde Nürburgring of Monza.
Daar rijd je dan tussen met je 911. Verschil: jij bent de recessie een halt toe aan het rijden. Al sinds je afslag 18 nam.
En het werkt hoor. In 2012 zakte de autoverkoop weg maar Porsche verkocht vorig jaar in Nederland 944 stuks, ruim 200 meer dan in 2011 (730 Porsches). En dit jaar verkoopt Porsche weliswaar minder auto’s, maar het merk daalt maar de helft van de totaalmarkt (een min van 25%). Intussen stijgen de huizenprijzen, nemen ondernemers- en consumentenvertrouwen toe en racet de AEX naar de 400. Op de linkerbaan. Op de rechterbanen kijkt iedereen verbaasd - ‘Die gaat veel te snel, die krijgt een vette bon thuis’ - en mompelt iets over hardlopers zijn doodlopers.

It’s the Porsche, stupid!

Mooie six word story, dit billboard van Porsche.

Het is waar. 

Een Porsche kopen spekt de staatskas maar ook je eigen kas, op ietsje langere termijn.

Patsen en poenen gaat heel goed met een Porsche. En patsen en poenen met en over auto’s, het helpt. Je maakt er indruk mee op anderen. Je wordt zelf blij van zo’n auto. Niet alleen als je erin rijdt, maar ook als ie gewoon alleen maar voor de deur staat. Of als je hem terugziet op de parkeerplaats.

Porsche-dealer Mark Wegh van Porsche Centrum Gelderland bedacht eind 2008 - midden in de banken verslindende kredietcrisis – met deze slogan de meest ongeëvenaarde reclamepochzin ooit.

‘Stop de recessie! Koop een Porsche’ is psychologische oorlogvoering. Jongetjesbravoure. Ramboretoriek. Borstklopperij. Haantjesgedrag.

Natuurlijk. Kijk naar een Porsche 911 en je ziet dat ie meer Jay-Z of Balotelli is dan Ali B of Danny de Munk. Meer Epke Zonderland dan Ton Elias. Meer Lazamani dan Schoenenreus. Meer sport-auto dan midlifechrysler.

Maar het helpt wel. Stel je zelf eens voor tussen een moedeloze rij 20%-bijtellingmiddenklassertjes op een mistgrijze A4. Je voelt je superieur als een tweedeklasser boven een brugsmurfje.

Je hoort veel mannen op kantoor veel deftiger en stoerder dan thuis praten met pochmetaforen als ‘dingen op de rit zetten’ en ‘marsroutes’. 

Of ze zeggen dingen als: ‘Op het slagveld’, ‘in de arena’, ‘met die vent kan ik ballen’. Haha ja lach maar, maar die beeldspraak is functioneel omdat ie die naar stoere mannendomeinen verwijst. Dat betoogt Carien Overdijk in haar boek Waartoe is deze tent op aarde? Een taalkit voor kantoorprofessionals (2008). Mannen verplaatsen de actie graag naar buiten, naar plekken waar nog fysiek gevaar, opwinding en genot bestaan, analyseert zij.

Buiten. Bij de auto’s. Die maximaal 120, nou, oké, soms 130 mogen maar eigenlijk altijd, die hele A2 naar Utrecht lang, 100 km…. op elke 100 meter asfalt rijden wel zestig auto’s. Ze vormen een treintje of beter gezegd een soort kleutervriendelijk kikkerachtbaantje. Allesbehalve de gedroomde Nürburgring of Monza.

Daar rijd je dan tussen met je 911. Verschil: jij bent de recessie een halt toe aan het rijden. Al sinds je afslag 18 nam.

En het werkt hoor. In 2012 zakte de autoverkoop weg maar Porsche verkocht vorig jaar in Nederland 944 stuks, ruim 200 meer dan in 2011 (730 Porsches). En dit jaar verkoopt Porsche weliswaar minder auto’s, maar het merk daalt maar de helft van de totaalmarkt (een min van 25%). Intussen stijgen de huizenprijzen, nemen ondernemers- en consumentenvertrouwen toe en racet de AEX naar de 400. Op de linkerbaan. Op de rechterbanen kijkt iedereen verbaasd - ‘Die gaat veel te snel, die krijgt een vette bon thuis’ - en mompelt iets over hardlopers zijn doodlopers.

Haha, een Fiat Multipla
Dus jij hebt verstand van auto’s. Met je slimme, dikke grote autoboek zonder plaatjes. 
En als jij het allemaal zo goed weet, wat heb jij dan zelf voor grote auto?
Een Fiat Multipla, uit 1999. Die met de dolfijnenneus. Die zwemband. Al te vaak Multivlaai genoemd. Multibah. Bultipla. Of Multiplaag. Veel mensen vinden een Fiat Multipla lelijk. En zeggen dat ook gewoon ronduit tegen je.
De autocriticus van de Volkskrant schreef ooit: ‘Prima auto, maar het uiterlijk ervan doet volwassen mannen huilen.’
En iedereen praat elkaar na. ‘De lelijkste auto ooit ontworpen,’ schopte Martin Bril in een stukje met de kop ‘Schoonheid’, waarin hij schreef Katja Schuurman wél mooi te vinden.
Tja.
Makkelijk mooi vinden, Katja. Makkelijk lelijk vinden, Multipla.
De ANWB Kampioen, het grootste maandblad van Nederland, pakt in zijn editie van september 2012 uit met de Verkiezing van de Multipla tot ‘de lelijkste auto op de weg!’. Compleet met uitroepteken. ‘Wij vroegen Kampioen-lezers naar de lelijkste auto op de weg en dat leverde een overtuigende winnaar op: de Fiat Multipla!’, schrijft de redactie triomfantelijk. Met uitroepteken nummer twee. Alsof ze het buskruit uitvonden.
Ongelooflijk vind ik dat.
Eric Corton, die een boek schreef over zijn auto’s, zei het ook al in Volkskrant Magazine. Op de vraag wat hij de lelijkste auto vindt reageert hij ‘alsof hij een vies snoepje uitspuugt’ met: ‘de Fiat Multipla!’.
Oef.
Net als in de Kampioen met een uitroepteken.
Heeft die Corton soms in een grot gewoond? Iedereen zegt dit altijd, al tien jaar. Het is kortzichtig, zeker voor een zelfbenoemd autoliefhebber. Noem dan de Cadillac Deville uit 1985. Of de Lancia Kappa coupé, waarover je dan sneert dat de wielbasis 10 cm te kort is.
Zeg nou zelf. Wie vond zijn eerste slok Barolo of Bourgogne lekker? Zijn eerste joint, of zelfs Camel? Hoe gaat dat met mosselen of oesters? En de eerste keer de 2e symfonie van Mahler?
Een Multipla wijkt misschien af van het gangbare model auto. Met die ronde koplampen in die bobbel onder de voorruit. En mensen houden niet van afwijkend en vreemd, kijk maar naar de opkomst van populistische rechts-nationalistische en anti-islampartijen. Hoe groter de wereld en Europa wordt, hoe meer behoefte mensen hebben aan houvast en herkenbaarheid. Aan een Ford, Opel of Toyota dus. Retromodellen als de Mini, 500 en Kever zijn ook een tegenreactie op de globalisering.
Openlijk beleden wansmaak is meelijwekkend, meelijwekkend als mensen die luid hun afkeer van Picasso betuigen of hardop roepen dat wat Karel Appelflap (ha ha) doet – ha! – dat kan mijn zoontje van vier ook.
Volwassen mannen vallen voor een erg gemakkelijk mooi te vinden Mercedes uit de jaren zeventig, een obligate Audi of Volvo.
In een Multipla moet je je verdiepen. De Multipla eist een kennersoog. Zoals je heel wat 19e- en 20e-eeuwse muziek en de Beatles gehoord moet hebben voor je de meeslepende Sinfonia van Berio op waarde kunt schatten.
De Multipla is als een Kandinsky of late Mondriaan. Honderd jaar geleden uitgejouwd en nu meer dan geaccepteerd en zelfs bewonderd door bezoekers van de oerconservatieve D-serie in het Concertgebouw. 
Bij de eerste opvoering van Le Sacre du Printemps van Igor Stravinsky, precies honderd lentes geleden, brak er in de zaal een oproer uit, zo hevig dat de politie moest ingrijpen. De dirigent kon via een wc-raampje ontsnappen. De dag na de première op 29 mei 1913 schreven de kranten: ‘Het is niet het lenteoffer, maar de slachting van het trommelvlies.’
Maar anno 2013 rijst de vraag: wie durft er nog uniek te zijn? Iedereen volgt de kudde en de trends. ‘Het leren genieten van uitdagende kunst versterkt de samenleving doordat het ons helpt open te staan voor het publieke, voor de ander,’ doceert kunsthistoricus en filosoof Steven ten Thije in De Groene Amsterdammer.
Toen de Multipla in 1998 het levenslicht zag, wist het Museum of Modern Art in New York niet hoe snel het de auto moest exposeren, als ‘iconische auto en toonbeeld van highly innovative design’.
En het MoMa ís smaak. Ze herbergen daar ook de belangrijkste Picasso’s en Cézannes benevens de eerste Bic-balpen en de Volkswagen Kever uit 1938.
Mensen met wat kijkervaring zien in de Multipla het duende, de expressieve ziel, de Modigliani-lijnen en de architectuur die teruggrijpt op de roemruchte Dymaxion Car die de roemruchte architect Buckminster Fuller in 1933 ontwierp.
Het koetsje in de Multipla. Als je dat ontdekt hebt, wil je niet anders meer.
Ik weet ook wel: opzichtig kunsthistorisch vertoon biedt hier weinig of geen soelaas. Want een imago, daar doe je niks aan. En auto’s zijn niks anders dan verborgen verleiders. Wie heeft ooit een man in het café horen opscheppen over zijn dalurenkaart?
De Amerikaanse kunsthistoricus Alfred H. Barr junior, de eerste directeur van het MoMa, zei: ‘Kunst leert ons niet om te houden van wat op ons lijkt. Ze leert ons te houden van wat anders is dan wij.’
O ja. Nog één ding. Groot voordeel van een Multipla: je wordt nooit aangehouden door de politie. Zelfs bij alcoholcontroles hoef ik nooit te stoppen. Terwijl ik in mijn Lancia Delta in Amsterdam al door een agent te fiets op de bon werd geslingerd toen mijn auto een opgebroken straatje waar een tijdelijk inrij-verbod gold alleen nog maar in kéék. De neus was 10 cm te lang.
(Stukjes van dit stuk stonden ook al in mijn boek Wat je rijdt ben je zelf, uit 2011) 
(Wie meer wil lezen, en daar ook voor wil betalen (graag): klik hier)

Haha, een Fiat Multipla

Dus jij hebt verstand van auto’s. Met je slimme, dikke grote autoboek zonder plaatjes. 

En als jij het allemaal zo goed weet, wat heb jij dan zelf voor grote auto?

Een Fiat Multipla, uit 1999. Die met de dolfijnenneus. Die zwemband. Al te vaak Multivlaai genoemd. Multibah. Bultipla. Of Multiplaag. Veel mensen vinden een Fiat Multipla lelijk. En zeggen dat ook gewoon ronduit tegen je.

De autocriticus van de Volkskrant schreef ooit: ‘Prima auto, maar het uiterlijk ervan doet volwassen mannen huilen.’

En iedereen praat elkaar na. ‘De lelijkste auto ooit ontworpen,’ schopte Martin Bril in een stukje met de kop ‘Schoonheid’, waarin hij schreef Katja Schuurman wél mooi te vinden.

Tja.

Makkelijk mooi vinden, Katja. Makkelijk lelijk vinden, Multipla.

De ANWB Kampioen, het grootste maandblad van Nederland, pakt in zijn editie van september 2012 uit met de Verkiezing van de Multipla tot ‘de lelijkste auto op de weg!’. Compleet met uitroepteken. ‘Wij vroegen Kampioen-lezers naar de lelijkste auto op de weg en dat leverde een overtuigende winnaar op: de Fiat Multipla!’, schrijft de redactie triomfantelijk. Met uitroepteken nummer twee. Alsof ze het buskruit uitvonden.

Ongelooflijk vind ik dat.

Eric Corton, die een boek schreef over zijn auto’s, zei het ook al in Volkskrant Magazine. Op de vraag wat hij de lelijkste auto vindt reageert hij ‘alsof hij een vies snoepje uitspuugt’ met: ‘de Fiat Multipla!’.

Oef.

Net als in de Kampioen met een uitroepteken.

Heeft die Corton soms in een grot gewoond? Iedereen zegt dit altijd, al tien jaar. Het is kortzichtig, zeker voor een zelfbenoemd autoliefhebber. Noem dan de Cadillac Deville uit 1985. Of de Lancia Kappa coupé, waarover je dan sneert dat de wielbasis 10 cm te kort is.

Zeg nou zelf. Wie vond zijn eerste slok Barolo of Bourgogne lekker? Zijn eerste joint, of zelfs Camel? Hoe gaat dat met mosselen of oesters? En de eerste keer de 2e symfonie van Mahler?

Een Multipla wijkt misschien af van het gangbare model auto. Met die ronde koplampen in die bobbel onder de voorruit. En mensen houden niet van afwijkend en vreemd, kijk maar naar de opkomst van populistische rechts-nationalistische en anti-islampartijen. Hoe groter de wereld en Europa wordt, hoe meer behoefte mensen hebben aan houvast en herkenbaarheid. Aan een Ford, Opel of Toyota dus. Retromodellen als de Mini, 500 en Kever zijn ook een tegenreactie op de globalisering.

Openlijk beleden wansmaak is meelijwekkend, meelijwekkend als mensen die luid hun afkeer van Picasso betuigen of hardop roepen dat wat Karel Appelflap (ha ha) doet – ha! – dat kan mijn zoontje van vier ook.

Volwassen mannen vallen voor een erg gemakkelijk mooi te vinden Mercedes uit de jaren zeventig, een obligate Audi of Volvo.

In een Multipla moet je je verdiepen. De Multipla eist een kennersoog. Zoals je heel wat 19e- en 20e-eeuwse muziek en de Beatles gehoord moet hebben voor je de meeslepende Sinfonia van Berio op waarde kunt schatten.

De Multipla is als een Kandinsky of late Mondriaan. Honderd jaar geleden uitgejouwd en nu meer dan geaccepteerd en zelfs bewonderd door bezoekers van de oerconservatieve D-serie in het Concertgebouw.

Bij de eerste opvoering van Le Sacre du Printemps van Igor Stravinsky, precies honderd lentes geleden, brak er in de zaal een oproer uit, zo hevig dat de politie moest ingrijpen. De dirigent kon via een wc-raampje ontsnappen. De dag na de première op 29 mei 1913 schreven de kranten: ‘Het is niet het lenteoffer, maar de slachting van het trommelvlies.’

Maar anno 2013 rijst de vraag: wie durft er nog uniek te zijn? Iedereen volgt de kudde en de trends. ‘Het leren genieten van uitdagende kunst versterkt de samenleving doordat het ons helpt open te staan voor het publieke, voor de ander,’ doceert kunsthistoricus en filosoof Steven ten Thije in De Groene Amsterdammer.

Toen de Multipla in 1998 het levenslicht zag, wist het Museum of Modern Art in New York niet hoe snel het de auto moest exposerenals ‘iconische auto en toonbeeld van highly innovative design’.

En het MoMa ís smaak. Ze herbergen daar ook de belangrijkste Picasso’s en Cézannes benevens de eerste Bic-balpen en de Volkswagen Kever uit 1938.

Mensen met wat kijkervaring zien in de Multipla het duende, de expressieve ziel, de Modigliani-lijnen en de architectuur die teruggrijpt op de roemruchte Dymaxion Car die de roemruchte architect Buckminster Fuller in 1933 ontwierp.

Het koetsje in de Multipla. Als je dat ontdekt hebt, wil je niet anders meer.

Ik weet ook wel: opzichtig kunsthistorisch vertoon biedt hier weinig of geen soelaas. Want een imago, daar doe je niks aan. En auto’s zijn niks anders dan verborgen verleiders. Wie heeft ooit een man in het café horen opscheppen over zijn dalurenkaart?

De Amerikaanse kunsthistoricus Alfred H. Barr junior, de eerste directeur van het MoMa, zei: ‘Kunst leert ons niet om te houden van wat op ons lijkt. Ze leert ons te houden van wat anders is dan wij.’

O ja. Nog één ding. Groot voordeel van een Multipla: je wordt nooit aangehouden door de politie. Zelfs bij alcoholcontroles hoef ik nooit te stoppen. Terwijl ik in mijn Lancia Delta in Amsterdam al door een agent te fiets op de bon werd geslingerd toen mijn auto een opgebroken straatje waar een tijdelijk inrij-verbod gold alleen nog maar in kéék. De neus was 10 cm te lang.

(Stukjes van dit stuk stonden ook al in mijn boek Wat je rijdt ben je zelf, uit 2011) 

(Wie meer wil lezen, en daar ook voor wil betalen (graag): klik hier)

Vijf uit de WW gehaalde kerels knappen Mini op
Fijne neus voor publiciteit heeft BMW.

In de oude NedCar/Volvo/Mitsubishi/Daf-fabriek in Born, waar vanaf 2014 nieuwe Mini’s worden gebouwd, is de Mini reBorn onthuld.
Dat reBorn, herboren, slaat op een helemaal gerestaureerd Mini’tje van 1959, het geboortejaar van de Mini. Achterop staat nog Austin Seven, zoals ie officieel heette (hij werd ook uitgebracht als Morris Mini Minor).

Een van de oudste Mini’s van de wereld, ronkt BMW. ‘En wellicht de oudste van Nederland.’ Het schattige zachtgrijze autootje werd vorig jaar in Groningen ‘gevonden’.
VDL Nedcar stelde een restauratieteam samen van vijf ‘uit de WW gehaalde’ kerels om de oer-Mini in oude staat te krijgen.

Het project was online te volgen, uiteraard, via Facebook. 
Volgens 1959miniregister.com zijn wereldwijd nog 155 Mini’s van het eerste bouwjaar geregistreerd. De oudste ongerestaureerde Mini bracht laatst op een veiling 40.000 pond op (bijna 50.000 euro).

In 2001 is de Mini ook al eens herboren, uit de schoot van nieuwe moeder BMW.
Dankzij de reïncarnatie van het Britse auto-icoon, net zo’n cultauto als de klassieke Kever, hoefde BMW niet zelf een nieuw merk te verzinnen.
De nieuwe Mini was de eerste aaibare BMW en ís helemaal niet mini maar wel aaibaar. Zegt de 46-jarige headhunter Susan Abbink: ‘Ik ben ook moeder van drie jongens, maar in die Mini Cooper S voel ik me vrouw. Dan voel ik me Sue, zoals mensen mij vaak noemen.’
Een Mini is seks, ook voor een fabriek in Born. Correctie: juist voor een fabriek in Born.

Vijf uit de WW gehaalde kerels knappen Mini op

Fijne neus voor publiciteit heeft BMW.

In de oude NedCar/Volvo/Mitsubishi/Daf-fabriek in Born, waar vanaf 2014 nieuwe Mini’s worden gebouwd, is de Mini reBorn onthuld.

Dat reBorn, herboren, slaat op een helemaal gerestaureerd Mini’tje van 1959, het geboortejaar van de Mini. Achterop staat nog Austin Seven, zoals ie officieel heette (hij werd ook uitgebracht als Morris Mini Minor).

Een van de oudste Mini’s van de wereld, ronkt BMW. ‘En wellicht de oudste van Nederland.’ Het schattige zachtgrijze autootje werd vorig jaar in Groningen ‘gevonden’.

VDL Nedcar stelde een restauratieteam samen van vijf ‘uit de WW gehaalde’ kerels om de oer-Mini in oude staat te krijgen.

Het project was online te volgen, uiteraard, via Facebook. 

Volgens 1959miniregister.com zijn wereldwijd nog 155 Mini’s van het eerste bouwjaar geregistreerd. De oudste ongerestaureerde Mini bracht laatst op een veiling 40.000 pond op (bijna 50.000 euro).

In 2001 is de Mini ook al eens herboren, uit de schoot van nieuwe moeder BMW.

Dankzij de reïncarnatie van het Britse auto-icoon, net zo’n cultauto als de klassieke Kever, hoefde BMW niet zelf een nieuw merk te verzinnen.

De nieuwe Mini was de eerste aaibare BMW en ís helemaal niet mini maar wel aaibaar. Zegt de 46-jarige headhunter Susan Abbink: ‘Ik ben ook moeder van drie jongens, maar in die Mini Cooper S voel ik me vrouw. Dan voel ik me Sue, zoals mensen mij vaak noemen.’

Een Mini is seks, ook voor een fabriek in Born. Correctie: juist voor een fabriek in Born.

Tesla lijkt schoon, maar als je goed kijkt…

Hertz besloot eind september om een handvol Tesla’s Model S aan zijn verhuurvloot in San Francisco en Los Angeles toe te voegen. De beurskoers van Tesla Motors sprong gelijk 1% omhoog. Hertz spint er ook garen bij want autoverhuurders verhuren graag auto’s die mensen wel willen rijden maar niet kunnen betalen. Je komt er niet meer met een paar Lincoln Towncars, je moet kekke BMW’tjes inzetten. Of Tesla’s. 

Precies, succes met je grote auto. 

Oeps, die huur-S’jes kosten wel 500 dollar (=365 euro) per dag, vlug veertien keer zoveel als de Mini van Jort Kelder. Hm, nog altijd beter dan zo’n bedrag besteden aan een Ferrari of Lamborghini, roepen de boomknuffelaars in de VS dan meteen.

Voor ons gewone mensen wordt het pas interessant als de goedkopere Tesla op de markt komt, zegt Treehugger.com. Eentje van rond 30.000 dollar.

Dat wordt lang wachten, vrees ik.

Tesla-baas Elon Musk belooft binnen vijf jaar met een goedkoper massamodel te komen, de Gen3, van rond 30.000 euro. En ik besef, zijn beloftes doen het goed op de beurs in de VS: het aandeel Tesla, genoteerd aan de Nasdaq sinds 2010, verviervoudigde sinds januari dit jaar tot 180 dollar. Maar analisten noemen het aandeel overgewaardeerd en vrezen een Tesla-bubbel omdat de koerswinstverhouding van de eendagsvlieg nogal doorslaat.

Ik was bij de opening van de Tesla-loods waar Model S’en als Lego of Ikea-schoenenrekjes in elkaar worden geklikt. Daar vroeg ik aan Tesla Europa-topman Bryan Batista of Musk zijn missie wel waar kan maken. Die missie is: de betaalbare elektrische auto promoten en er zoveel mogelijk van op de weg zetten. Want als het merk nu al de vraag naar de dure Model S niet kan bijbenen, gaat Musk dan echt goedkopere Tesla’s maken vanaf 2015, zoals hij belooft?

Ja hoor, bezweert Batista. De lagere marge neemt Tesla dan voor lief. ‘We’re not only in it for the money’, zegt hij.

Een vriend van mij heeft in april een Tesla Model S besteld en aanbetaald en mag hem nu pas op komen halen, op 8 november.

'De verbrandingsmotor is over en uit', zegt hij. 'Straks rij ik op 100% groene stroom, geheel onafhankelijk van de olie- en autogiganten.' 

Groene stroom? Je zou het willen. Er is te weinig groene stroom in Nederland.

'Een figuurlijke schop onder de kont van de innovatieremmende gevestigde orde', noemt hij Tesla. 'Als een klein kl*tebedrijfje als Tesla dit kan, had BMW of Mercedes of VAG dat toch al veel eerder gekund?'

Tja.

Toen Apple telefoons ging maken zonder knopjes met glazen veegschermpjes zei iedereen, met Nokia voorop, ‘wat een onzin’, brengt hij ook nog naar voren. Dat is waar. En in een Tesla zit ook zo’n glazen veegscherm, zo groot als de Sony Bravia breedbeeld-tv van Gerard Joling.

Maar die vriend kan zo’n Model S betalen. Hij ruilt er zijn Maserati Quattroporte voor in.

Windowdressing. Daar moet ik aan denken bij Tesla. Dat zag je zelfs op de dag dat Tesla Motors Europe zijn assemblagefabriek annex distributiecentrum in Tilburg opende. Alles zag er keurig uit.

Frisse rode-Tesla-meisje in felrode jurken met Andrélon-haar en schone nagels zorgden dat je je registreerde op gladde iPads. Zelfs de monteurs in de hal hadden Andrélon-haar en schone nagels (wel overalls in plaats van jurken). De pers kwam tenslotte filmen en foto’s maken. Er kwamen regionale bobo’s. Belangrijke Relaties. En de eerste Model S-believers mochten met hun Tesla Model S van 94.000 euro over een rode loper het pand uitrijden, luid toegejuicht door Tesla-medewerkers.

Het hele terrein was netjes aangeveegd. Het hele terrein? Nee, achter de rode Tesla-pilaar bood één plekje vol rotzooi dapper weerstand aan de schoonmakers en klimaatredders.

 

Denk klein

'Hebt u zich ooit afgevraagd hoe de man die de sneeuwploeg rijdt náár de sneeuwploeg rijdt?'

Vijftig jaar oud maar still going strong, deze tv-commercial voor de Volkswagen Kever van Bill Bernbach uit 1964. Ook hier te zien.

Duidelijk voorbeeld van succes met je kleine auto: 'Think small' was de kernzin van Bernbach’s Volkswagen-oeuvre. De underdog die de sneeuw en dikke Amerikanen trotseerde.